|
Home > R22 > Wetgeving > default
|
|
|
Medio 1987 werd duidelijk, dat bepaalde stoffen, waaronder chloorhoudende koude¬middelen, het dynamisch evenwicht van de ozonlaag verstoren. Die ozonlaag be¬schermt ons tegen schadelijke stralingen uit de stratosfeer. Ter bescherming van die ozonlaag zijn internationaal afspraken gemaakt om het gebruik van dergelijke stoffen gefaseerd uit te bannen. Die afspraken zijn vastgelegd in het Protocol van Montreal, dat sinds 1 januari 1989 van kracht is. Voor ons gaat het om de chloorhoudende koudemiddelen, enkelvoudige en mengsels met als belangrijkste de CFK’s- (R11, R12 en R502) en HCFK’s-(R22).
De EU-Verordening 2037/2000, die het uitfaseren van eerder genoemde CFK- en HCFK-houdende koudemiddelen regelt, is omgezet in het Warenwetbesluit Wms2003. De CFK-houdende koudemiddelen zijn al in een eerder stadium aange¬pakt. Het gaat nu nog om het staartje: de HCFK-houdende koudemiddelen zoals R22 en de met R22 gemengde servicekoudemiddelen waaronder de series van R401, R402, R403, R408 en R409. In de EU-Verordening en het Warenwetbesluit staat dat het bijvullen van bestaande R22-installaties tot 2010 mag met maagdelijke R22 en van 2010 tot 2015 enkel en alleen nog maar met geregenereerde R22. Vanaf 2015 mag er helemaal geen R22 of de met R22 gemengde servicekoudemiddelen meer gebruikt worden. Voor de goede orde, wat geldt voor R22 geldt onverkort voor de eerder genoemde met R22 gemengde seriekoudemiddelen.
|
|
|
|
|
|